Verslagen
Verslagen
Verslag lezing Jo Coenen over Smalle Haven
"Zoals de Vestedatoren is gebouwd, dat zal nooit meer op die manier worden gedaan"
'Het was heerlijk om samen met andere solisten dit project te voltooien'
“De bouw van de Vestedatoren in Smalle Haven (Eindhoven) was een culturele- en geen economische daad.” Dat zei architect en oud-rijksbouwmeester Jo Coenen bij een bezoek aan Casa Casla. Hij gaf een lezing in het kader van de tentoonstelling Eindhoven - Almere, a Tale of Two Cities. Daarbij wordt bekeken wat de overeenkomsten zijn tussen deze twee steden. Coenen sprak van een interessante expositie.
Die gelijkenissen zijn er: beide ongeveer 200.000 inwoners, beide een nieuw stadshart, beide een groeiopdracht en beide voorzien van mooie architectuur en stedenbouw. Coenen was daarom op zijn plaats voor zijn uiteenzetting: hij heeft sporen liggen in zowel Almere als Eindhoven, verreweg de meeste in de lichtstad. Hij heeft er gestudeerd en is er een eigen bureau begonnen. Hij was in Almere om het fraaie Anno aan de Grote Markt, destijds als Rabobank in gebruik en later als grand café, te ontwerpen.
Masterplan
De ranke, 96 meter hoge Vestedatoren, staat in het centrumgebied Smalle Haven. De toren vormt onderdeel van een stedenbouwkundig masterplan, ontwikkeld door Coenen. “Dat heb ik op een zaterdagmiddag getekend. Daarna is er nooit meer iets gewijzigd in de opzet zoals ik die voor ogen had”, zei hij erover. Een bijzonder gegeven. Coenen verklaart het als volgt: “Ik kende de locatie op mijn duimpje. Niet alleen woonde ik om de hoek, ik kende het gebied ook goed door alle plannen die ik met studenten voor de binnenstad van Eindhoven had gemaakt.”Het plan, op een voormalige parkeerplaats en tegenover de Catharinakerk, omvat een sprankelende architectonische- en stedenbouwkundige mix van wonen, werken, ontspanning en ondernemen.
Fragmenten
Hoe ging hij te werk? Hij had te maken met een paar schamele panden, zoals hij ze noemde, in de directe nabijheid en gelukkig een paar fraaie bomen, die in ieder geval moesten blijven staan. Een concreet plan vanuit de gemeente was er niet. Er werd gesproken over wonen, parkeren en mogelijk een gemeentelijke instelling voor cultuur. “Ik heb het geheel gezien als een contextueel plan, bestaande uit vijf fragmenten, die elk vanuit zichzelf reageren op deze plek.” Hij lichtte toe dat hij aansluiting had gezocht bij de aderen van de stad: in die visie werden verbindingen en zichtlijnen getrokken en benadrukt.
Omdat de plek naast een drukke stedelijke rondweg, de Vestdijk, ligt moest er een geluidswal komen. De oplossing werd gevonden in een stedelijke wand met kantoren, die vervolgens met woningen getrapt afloopt. Binnenin werd een parkeerkelder aangebracht.
Voorbeeld
Het is een bijzonder project geworden, één die zich meer dan tien jaar voortsleepte. Een periode die vijf wethouders omvatte, maar ook wisselende economische omstandigheden, verschillende projectleiders, uiteenlopende visies over het project en de moeizame verwerving van gronden, ontwikkelaars en gebruikers. Uiteindelijk staat er een ensemble van gebouwen die waardering en trots oproept. Een voorbeeld van hoogwaardige, stedelijke vernieuwing. Iets waar Almere in de toekomst ook mee te maken krijgt en een reden vormde om dit project via Coenen onder een vergrootglas te leggen.
Dat hij de realisatie van de toren, de parel van Smalle Haven, een culturele daad noemde komt omdat er op een bepaald moment niet het uitgangspunt werd gehanteerd van grondprijs, energieopbrengst, break-evenpoint, oppervlakte, opbrengst; voorwaarden die bij elk project als uitgangspunt worden genomen. “Zoiets wordt daarom niet meer op deze manier gebouwd, denk ik”, zei hij erover. “Het was in feite te duur. Het is niet echt economisch verantwoord, cultureel wel. Het is een prachtig geheel, voorzien van Ranuzzi, een heerlijke natuursteen.”
Dat alles zich nogal voortsleepte komt mede omdat Coenen van de toren geen pakhuis wilde maken. Hij wilde niet meer dan twee woningen per etage. “ik heb lang gezocht naar de juiste verhoudingen. Die kloppen perfect. Milaan heeft ook zo’n smalle toren. Je kunt zeggen: wordt een gebouw niet saai als er simpelweg een bepaalde vorm herhaald wordt tot je het hoogste punt hebt bereikt en klaar bent? Dat geloof ik niet. Kijk naar het San Marcoplein in Venetië. Daar wordt alles qua architectuur eindeloos gerepeteerd. Het Plaza Mayor in Madrid, idem dito. Die herhalingen kunnen naar mijn idee ook omslaan naar een eeuwigheidswaarde.”
Verwaarloosd
Jo Coenen voelt zich half academicus, half praktiserend architect, zoals hij zegt. “Docent zijn op de TU heeft me geholpen een goede stedenbouwkundige te worden. Om een plan en zijn omgeving goed te kunnen doorgronden moet je niet alleen weten wat bouwen is, maar je moet ook weten hoe de lichtspeling is in die omgeving, de schaduwwerking, reflecties. Dat zijn facetten die voor een stedenbouwkundige vaak doorslaggevend zijn, maar helaas ook vaak verwaarloosd worden.” Hij heeft zijn kennis over deze bijzondere facetten toepast bij Smalle Haven.
Hij heeft de compositorische opbouw van veel steden heeft geanalyseerd en veel in het buitenland rondgekeken, met name in de zuidelijke landen. Zijn ervaringen staan beschreven in notitie- en schetsboeken. “Dat heeft mij een repertoire van beelden gegeven, die als associaties een sturende rol spelen. Met deze beelden kan ik ensceneren, de stad scène voor scène schrijven of herschrijven. Die aanpak werd ten tijden van Smalle haven nauwelijks beoefend. Daarom zie ik dit project ook als een soort manifest. Ik heb naar vloeiende lijnen gezocht, die op een organische manier stromen.”
Samenwerking
Terugkijkend, zegt hij genoten te hebben van de samenwerking met anderen architecten. “Wij zijn vaak solisten. Het was fijn met andere eenlingen iets te creëren. Ik voelde me daarbij een dirigent. Tegen de een zei ik: ‘Jij bent goed in trommelen, doe jij dat’ en tegen een ander ‘Jij moet viool spelen.’ Ik bleef natuurlijk wel eerste viool spelen”, grapte hij. Dat betekende veel coördineren en vergaderen met omwonenden. Die kregen immers opeens een smalle, maar wel hoge toren in hun blikveld.
In een reactie op een vraag uit het publiek bleek dat Coenen niet zijn ogen sluit voor nieuwe ontwikkelingen. Zoals het feit dat consumenten cascowoningen zelf een invulling kunnen geven. Dat kan onder andere in Almere, terwijl Amsterdam bijvoorbeeld het project Eén Blok Stad kent. “Dat vind ik interessant. Een architect hoeft niet per se bij elk object te bepalen hoe iets eruit moet zien. Natuurlijk, hij berekent wel de structuur en bepaalt voor een deel de vorm. Het is logisch dat er in deze markt, mijn bureau ontkomt ook niet aan een forse inkrimping, ontwikkelingen zijn die inspelen op de economische omstandigheden van nu.” Hij haalt, net als veel collega’s, de nodige inkomsten uit het buitenland. Om te kunnen overleven. “Ik reis me te pletter”, zei hij, ten slotte.
Van het project Smalle Haven maar ook van andere projecten heeft Jo Coenen publicaties gemaakt die bij cASLa te verkrijgen zijn.
Dankzij de inspirerende voordracht van Jo Coenen kan cASLa terugkijken op een interessante, leuke en informatieve avond die verder reikte dan alleen een lezing over het masterplan Smalle Haven in Eindhoven.
Thijs Wartenbergh, 3 oktober 2011
