rss feed
Zoeken

Verslagen

Verslagen

'Ontsnappen aan megalomane woningproductie'

Adri Duijvestein en Eberhard van der LaanVerslag Symposium "Duurzaamheid in stedenbouw" op 31 maart 2010

door Thijs Wartenbergh

“Ontsnappen aan een continue grootschalige productie van woningen. Dat moet ons nieuwe doel zijn. Die productiewijze is goed als het gaat om het bouwen van aantallen; een doelstelling die lange tijd moest prevaleren. Maar de situatie is veranderd. We hebben een zekere overproductie aan woningen in ons land. Het wordt tijd dat we op kwaliteit gaan focussen.” Aldus Adri Duivesteijn, de Almeerse Wethouder voor Ruimtelijke Ordening en Woonbeleid, in zijn inleiding op het symposium.

Als sprekers waren uitgenodigd Eberhard van der Laan, oud-minister voor Wijken, Wonen & Integratie, Rudi Stroink (directeur van TCN Projectontwikkeling), Bart Stoffels van Urhahn (creatief bureau voor stedenbouwkundig ontwerp) en Gert Breugem, stedenbouwkundige bij de gemeente Almere.

Duivesteijn spitst zijn verhaal toe op het Homeruskwartier en het particuliere opdrachtgeverschap dat daar een sterke impuls krijgt. Hij verwijst naar de Amsterdamse School en het Nieuwe Bouwen als voorbeelden van duurzame stedenbouw. “Dat zijn woningen die nog steeds fantastisch zijn”, aldus Duivesteijn. Ook de Amsterdamse grachtengordel noemde hij als voorbeeld waarbinnen een vaste structuur, een grid, een grote diversiteit aan woningen te realiseren viel.  “Het  Homeruskwartier is geen kopie van de grachtengordel. Het toont wel een diversiteit. Mensen staan voor een woning daar in de rij. Daaruit blijkt maar weer eens dat mensen de stad maken. Dat is een culturele kwaliteit. En daar gaat het om in een stad. Initiatieven die van onderop komen, zoals in het Homeruskwartier, en ook andere wijken, voegen kwaliteit aan de stad toe. Op het gebied van bouwen moeten we naar een andere economie toe. Dat wordt met de Almeerse aanpak onderstreept.” Dan volgt zijn pleidooi om de kwaliteit van de openbare ruimte als zodanig veel meer aandacht te geven in het stedenbouwkundig ontwerpen dan nu het geval is. Beeldende kunst kan daarbij een sleutelrol vervullen, illustreert hij met het voorbeeld van de Roemeense stad Târgu Jiu, waarin Constantin Brancusi een samenhangende reeks van sculpturen plaatste, waaronder de beroemde Poort van de Kus en de Tafel van de Stilte. Hij besluit zijn uiteenzetting met de opmerking: “Steden maken, het blijft mensenwerk.”

Symposium Duurzaamheid in Stedebouw - De zaalSteden in verandering

Duivesteijn overhandigde vervolgens het boek Steden in verandering van Fred van der Veen aan Eberhard van der Laan. Deze gaf aan een fan te zijn van de aanpak van Adri Duivesteijn  in Almere. In het boek wordt aan de hand van drie casestudies, Rotterdam, Utrecht en Den Bosch, de rol van de Rijksgebouwendienst bij grote gebiedsontwikkelingen beschreven.  Als binnen die gebieden ook een Rijksgebouw wordt gerealiseerd, kan de Rgd naar zijn mening de kwaliteit in de stedenbouw gunstig beïnvloeden. Door als grote partij binnen de ontwikkelingen een meer regisserende rol te nemen kunnen zowel de infrastructuur als de projectorganisatie daar veel baat bij hebben.

“Die drie geschiedenissen lezen als echte verhalen. Je wordt erin meegesleept. Het is geen droge opsomming van feiten. Het is een fantastisch boek. Ik kan het u aanraden”, gaf hij zijn ervaringen weer met het lezen van ‘Steden in verandering’. Met betrekking tot de duurzaamheid van gebouwen, liet hij weten dat deze een korte cyclus kennen. “Wat dat betreft zou ik zeggen: laten we wat meer kijken zoals Wibaut deed: naar de langere termijn, dus."

De kern van het boek is, volgens hem als volgt samen te vatten: “De Rgd heeft allerlei mogelijkheden. Kijk verder dan je neus lang is als je een gebied aanpakt.” Over woningcorporaties zei hij dat deze hun taak voortreffelijk uitvoeren. “Door hier en daar een extra functie toe te voegen, wordt de samenleving geholpen”. Integraal denken staat daarbij voorop.

Over de Rgd zei hij verder dat deze zich in het begin van de 20e eeuw veel meer deed gelden als investeerder in vastgoed, via de bouw van rijksgebouwen, zoals arbeidsbureaus, ziekenhuizen, gevangenissen, universiteiten. “Dat is nog steeds een taak van het Rijk: investeren en een voortrekkersrol spelen.” Maar hij ziet nu een blijvende, belangrijke nieuwe rol naar voren treden: “We willen nu sociale doelen bereiken. De Rgd moet die bewaken. Er moeten dan mooie projecten komen, die over 50 jaar nog steeds mooi zijn.”

Symposium Duurzaamheid in Stedebouw - Volle bak‘Spoorwegongeluk’

Rudi Stroink staat bekend als een man die pittige uitspraken niet schuwt. Het is graag provocerend. Die reputatie maakte hij ook dit keer waar. Zo zei hij dat iedere stad recht heeft op haar eigen ramp. Hij doelde daarmee op het stadshart. “Eerst stond het stadhuis van Cees Dam alleen in een zandvlakte. Daar is van alles omheen gebouwd, maar wel p een totaal verkeerd stedenbouwkundig plan met schotse en scheve lijnen. Niets past bij elkaar. Alles botst tegen elkaar aan. Het lijkt wel of er een spoorwegongeluk heeft plaatsgevonden. Is dat nou duurzaam?”, vroeg hij zich af.

Ofwel: hoe kom je aan samenhang in een stad? “Dat is een keihard gevecht”, aldus Stroink. “Hoe maak je iets duurzaam? Voor je het weet heb je een lege stad.” Hij hield een pleidooi om in metaforische zin eens flink te gaan tuinieren in Almere. Bijknippen, het gazon op orde brengen. “Discipline is nodig. Pleinen moeten pleinen zijn en parken parken”, gaf hij aan. Hij haakte aan bij VROM, en ‘De duurzame stad’, en zei dat duurzaamheid een onderhoudssysteem is. Minder grondgebruik luidde zijn advies, en voorts vooral minder uitstoot. Verder moeten toekomstige ontwikkelingen niet geblokkeerd worden, flexibiliteit en openheid. Het aloude grid, hadden we daar in dit stadshart maar gewoon op doorgeborduurd; dan was het helemaal goed gekomen.

“Ik ben vroeger wel eens in Almere geweest en toen zei ik ‘Maak een grid’. Daar luisteren ze niet naar. Kijk naar de Coolsingel, zou ik zeggen, laat af en toe wat ruimte open. Almere komt in een nieuwe tijdperk. Tuinieren is nodig en dat doe je in de bestaande stad.”

Symposium Duurzaamheid in Stedebouw‘Gezonde, vitale stad’

Almere heeft lang genoeg een belangrijke rol vervuld in het huisvestingsvraagstuk, begon Bart Stoffels van Urhahn zijn uiteenzetting, en nu is het tijd om er een gezonde, vitale stad van te maken. Hij zei dat omdat hij had gemerkt dat er in Almere een grote mate van woontevredenheid is, maar dat er tegelijkertijd nogal wat mensen vertrekken omdat de stad hen niet bevalt. Dus: hoe kun je de Almeerder een meer tevreden gevoel geven, niet alleen over zijn woning, maar ook over zijn stad, zodat hij in Almere blijft wonen? Hij gaf daarbij enkele voorbeelden aan van nieuwe kansen voor Almere. Zoals de bouw van het Nationaal Historisch Museum, dat nu nabij het Openluchtmuseum in Arnhem komt: dat had toch naar Almere moeten komen, met het prachtige ontwerp van René van Zuuk? Dat zou hier toch een veel spannender plek kunnen krijgen. “Het kan nog”, gaf hij hoopvol aan.

Bij Almere-Pampus is er ook van alles mogelijk. Een ideale plek voor een nationaal historisch museum met Fort Pampus in de directe nabijheid mijmeren over de Gouden Eeuw. Daar sta je in direct contact met het ontstaan van de droogmakerijen, waar Almere zelf een voorbeeld van is. Om een idee van de mogelijkheden te geven laat hij zien dat de strip in Washington, met diverse bezienswaardigheden, de Mall, er qua oppervlakte zo in kan. Zo gaf hij nog wat verder opties aan: Pampus Hout biedt allerlei mogelijkheden voor groene functies: een botanische tuin, landschapsarchitectuur, stukken bos kunnen aan scholen en vereniging in bruikleen worden gegeven. Zo ontstaat betrokkenheid bij de stad en werk je naar sociale duurzaamheid toe. Bedrijventerreinen bieden, wat Stoffels betreft, ook mogelijkheden. Markerkant is zo’n plek. Laten ze daar de nieuwe rechtbank situeren, in plaats van in het stadshart. Zo’n ontwikkeling kan een katalysator zijn voor een verdere transformatie van het gebied; volg Fred van der Veen!

Hij maakt een uitstapje naar Binckhorst in Den Haag, waar hij met zijn bureau actief is, waar eveneens ongedachte activiteiten worden ontwikkeld. Zo’n plek blijkt ook de Kostverlorenkade in Oud-West, die – na een opknapbeurt – opeens een ontmoetingsplek voor de wijk blijkt te kunnen zijn. “Dat heet: publieke waarden aan de stad toevoegen.

Laat Almere dat nu ook doen. De stad moet het ijzer smeden nu het heet is.”

Symposium Duurzaamheid in Stedebouw - Pauze‘Sociale duurzaamheid’

Gert Breugem is ook voorstander van het geven van injecties in de bestaande gebieden. Hij ging met name in op ontwikkelingen in de wijk de Wierden. Hij gaf aan dat Almere vanwege haar groeiplannen logischerwijs naar Poort en Hout kijkt, maar dat het vitaal houden van de bestaande stad evenzeer belangrijk is. Hij pakte het voorbeeld van de Wierden bij de hand, omdat dat momenteel een grootschalige verbeterslag ondergaat. “Een revolutionaire aanpak binnen Almere”, aldus Breugem. De Wierden wordt gezien, en door bewoners ervaren, als een omgeving die de afgelopen jaren achteruit is gehold: er is een eenzijdige bevolkingsopbouw, er zijn problemen met jongeren, er is onderhoud nodig. Kortom, de wijk is in verval en ingrepen zijn nodig om daar verbetering in te brengen. Dat gebeurt nu.

“Hoe kun je de wijk nieuw leven inblazen, dat was de centrale vraag”, meende Breugem. Sociale cohesie, betrokkenheid bij de buurt, werd daarbij al gauw gezien als essentieel. Mensen verhuizen vaak, voorzieningen zijn nauwelijks aanwezig. Toekomstbestendigheid, ook wel sociale duurzaamheid, is hard nodig. Mogelijke toevoegingen kunnen bijvoorbeeld speelplekken zijn, waar kinderen zichzelf kunnen zijn en die uitdagen tot ontmoeten. Cultureel gerichte thema’s, waarmee mensen zich verbonden voelen, vormen ook opmaten  tot een grotere betrokkenheid. Laten we denken aan originele manieren om sport en spel te integreren; aan winkels, horeca en cultuur.  “Het is geen optie om allen maar meer woningen te bouwen. Naar mijn idee gaat het vooral om het aantrekkelijker maken van de openbare ruimte. Ontmoetingsplekken creëren in het hart van de wijk en wat de Wierden betreft ook een schakel maken naar de kust, de Gooimeerdijk.”

Boekcover Steden in verandering

‘Fysieke omgeving’

Tijdens de discussie onder leiding van Jan de Vletter werd met name ingegaan op de vraag of de kwaliteit van de fysieke omgeving een voorwaarde is voor een goede sociale kwaliteit, of is dat juist andersom? Mogelijk zijn die aspecten verweven met elkaar, zo kwam naar voren.

Naar aanleiding van de opmerkingen over de Wierden werd gesteld dat de fysieke basis een belangrijke voorwaarde is voor de sociaaleconomische kwaliteit van een wijk. De ruimtelijke kwaliteit moet ook goed op orde zijn, werd hierbij aangevoerd.

Het aspect waar ook de lokale politiek mee worstelt (zonder goede infrastructuur kan er geen sprake zijn van een schaalsprong) kwam tijdens de discussie ook nadrukkelijk aan de orde. Deze stellingname leverde zelfs een fors applaus op. En een van de hoofdpijndossiers van de gemeente, het kasteel – sommigen hebben het over een ruïne – passeerde nog de revue. Zowel Stroink als Wim Trieller meenden dat daar nu toch eens iets concreets mee moet gebeuren. Gemeente, steek je nek uit, klonk het.

Tot slot

Een middag vol stof tot nadenken. Een publicatie over het gedachtegoed van Gert Breugem is in voorbereiding in samenwerking met de Wetenschappelijke Steunfunctie van de Nieuwe Bibliotheek. Wie deze wil ontvangen moet zijn adres achterlaten. Voor vandaag reikt Casla alle aanwezigen het boek Steden in Verandering, dat prachtig is vormgegeven door Anita Nijman van bureau Kiezels, uit. Een waardig besluit!

Het boek is voor € 10,00 (excl. verzendkosten) verkrijgbaar in de Casla shop.