rss feed
Zoeken

Verslagen

Verslagen

Schaalsprong: Adri Duivesteijn en Winy Maas geven hun visie.

Bijeenkomst BouwsociëteitVerslag bijeenkomst Bouwsociëteit op 13 oktober 2009 door Thijs Wartenberg

Prikkelende opmerkingen over de schaalsprong: "Het kan; maar het hoeft niet!"

"Het plan voor buitendijks bouwen bij Almere-Pampus gaat misschien dienstdoen als een Olympisch Dorp voor de Olympische Spelen van 1928, die mogelijk in Amsterdam plaatsvinden. Dan heb je ook kans dat er aan het Weerwater een Olympisch stadion wordt gebouwd. Overgooi moet een exclusieve wijk blijven zonder voorzieningen als winkels. Almere is een anti-stad. Almere doet me denken aan de Haagse Schilderswijk. Almere-Pampus wordt een mini-Dubai. De Almere Principles zijn een bron van inspiratie. Werken aan de toekomst van de stad kan niet anders dan op basis van een innige liefde voor het bestaande. Almere is niet compleet in zijn bevolkingssamenstelling. Zonder ov-verbinding via het IJmeer naar Amsterdam kan de westkant van Almere zich niet goed ontwikkelen."

Het waren enkele prikkelende opmerkingen van Adri Duivesteijn, wethouder Ruimtelijke Ordening in Almere en architect/stedenbouwkundige Winy Maas, grote man achter bureau MVRDV, en samen met de wethouder peetvader van de schaalsprong van Almere,. Zij lieten op dinsdagavond 13 oktober, ten overstaan van de Bouwsociëteit, op ontspannen wijze hun gedachten gaan over de effecten van die schaalsprong. Deze beoogt een groei van Almere van 190.000 inwoners nu naar 350.000 inwoners in 2030, vastgelegd in de structuurvisie 2.0. Hoe is de ambitieuze schaalsprong van Almere tot stand gekomen? Welke invloed hebben deze veranderingen op de stad en de regio? Welke uitgangspunten op stedenbouwkundig gebied liggen ten grondslag aan de bijna-verdubbeling van Almere, als het kabinet daarvoor tenminste op 16 november het licht op groen zet? Wat moet per se op redelijk korte termijn gerealiseerd worden en wat kan verder naar de toekomst doorgeschoven worden?

Het tweetal liet deze onderwerpen de revue passeren, daarbij ondersteund door prachtig grafisch materiaal, zodat de aanwezigen zich een goed beeld konden vormen wat precies bedoeld werd. Winy Maas is ruim een jaar geleden intensief betrokken geraakt bij de toekomstplannen voor Almere. Hij had al eerder een en ander voor de stad ontworpen, maar praat er nu, als rechterhand van Adri Duivesteijn, intensiever dan ooit over mee. Hij is, zoals hij aangaf, op een rijdende trein gesprongen. Er was immers al veel ontworpen voor 2.0. Maar hij heeft zijn invloed al laten gelden, gaf hij na afloop aan. In de verdichting van de zuidkant van het Weerwater, de ecologische ingreep voor het IJmeer en Markermeer en het idee voor een soort Bouw RAI in Almere-Pampus is veel van zijn visie te vinden. Over het springen op een rijdende trein gesproken, Winy Maas vindt dat de viaducten voor de verbreding van de Flevolijn uitstraling moeten hebben. “Maak ze alsjeblieft niet zoals in België. Die TGV-viaducten zijn afschuwelijk gewoon. Hier moeten ze er mooi uitzien.”

Adri Duivesteijn gaf aan dat bij de groei van Almere het oude structuurplan van Almere uitgangspunt is geweest. “We dwongen onszelf door te gaan in die traditie”, zei hij. “We hebben nog steeds veel waardering voor dat idee. Toch doen wij nu schaamteloos voorstellen die tot wijzigingen leiden. Daar ontkom je echter niet helemaal aan. Nu is het een meerkernige stad, straks wordt het een stad met meer kernen; één entiteit met meerder entiteiten.”

Winy Maas zei daarop: “Vasthouden aan de oude structuurvisie is een soort liefdesverklaring. Je kunt je door zo’n houding afzetten tegenover andere steden. Die kopiëren nogal veel. Waarom ze dat doen is mij een raadsel. Wij zorgen voor zoveel mogelijk diversiteit in de verschillende kernen. Dat is goed want dan krijg je een uitwisseling tussen de kernen onderling.” Adri Duivesteijn gaf aan de Almere Principles belangrijk te vinden als basisideologie: “Je kunt dan uitgaan van een grondslag, je hebt universele waarden. De Almere Principles vormen een bron van inspiratie.”

Amsterdam, zo bleek uit getoonde tabellen, heeft veel meer hogere inkomens en middengroepen dan Almere. Winy Maas: “Als de bevolkingsopbouw en de woningvoorraad minder eenzijdig zou zijn, dan zouden mensen makkelijker kunnen doorstromen.” Adri Duivesteijn: “We hebben destijds besloten dat we naar een andere woningvoorraad toe moesten. Met ‘IkbouwmijnhuisinAlmere’, de prikkel voor particulier opdrachtgeverschap, genereer je die benodigde diversiteit. Mensen waarderen die afwisseling enorm. Dat heb ik gemerkt bij de Boelijn in Noorderplassen-West waar een rij woningen in particulier opdrachtgeverschap is ontwikkeld. Afwisseling in woningbouw vinden mensen prachtig. Ze zien dat als een radicale omslag. Ze hebben meteen het idee in een heel andere buurt te wonen.”

Beide sprekers waren van mening dat het Weerwater ongekende mogelijkheden biedt. “Aan de zuidzijde kan een tweede centrum met een nationaal karakter komen”, aldus Adri Duivesteijn. “vergelijkbaar met de verbinding Malmö-Kopenhagen.” Winy Maas: “Het Weerwater is een prachtige plek. Het is belangrijk dat we, al plannen makend, dingen voor de toekomst openhouden. Kijk naar Eindhoven: daar kon men de tangent, de ring om de stad, uiteindelijk toch nog realiseren om daar in een vroeger stadium rekening mee was gehouden.” Adri Duivesteijn was het daarmee eens. "Je moet toekomstige ontwikkelingen niet onmogelijk maken met de planning van vandaag, dat is de kern van het verhaal."

Vervolgens ging het over het vervoer, zowel openbaar vervoer als de auto. Adri Duivesteijn vond met name de light rail-verbinding tussen Rotterdam en Den Haag interessant als voorbeeld voor de IJmeerverbinding.” Winy Maas: “De IJmeerlijn is een levenslijn, pure noodzaak, voor Almere. Elke 10 minuten een metro of light rail, of wat het ook wordt, zou mooi zijn. De light rail in Zürich is overigens niet snel genoeg gebleken. Dus tsja, je moet wel voor tempo zorgen anders krijg je de mensen er niet in.” Adri Duivesteijn: “Ik vind de combinatie tunnel en brug, zoals we dat nu voorstellen wel prima. Amsterdam krijgt de tunnel die zij wensen en wij de brug. Een prima compromis.” Brans Stassen, die vanaf 1972 meewerkte aan de bouw van Almere en geïnteresseerd toehoorder, meende dat de RER-lijnen, zoals in Parijs, het in Almere ook goed zouden doen.

Adri Duivesteijn meende, tenslotte, dat geprobeerd is een optimistische toekomstvisie neer te leggen, van een unieke kwaliteit. “Ik merk wel regelmatig dat ik moet vechten tegen een negatieve houding van mensen. Die zeggen dan: ‘Het zal wel niet zo worden zoals ons nu wordt voorgesteld’. Het negativisme overheerst vaak. Je moet echter een heel sterk plan hebben en dan zien hoe ver je kunt komen. En dat is dit. Ik heb destijds toen ik wethouder was in Den Haag ook een negatieve houding bespeurd bij de bouw van het Stadhuis. Toen vond men het atrium maar niets. Maar de ‘tegenstemmers’ van toen omarmen nu dat atrium. Die hebben het geadopteerd, in hun hart gesloten. Ik verwacht dat het met dit Almeerse plan dezelfde kant op zal gaan.”

Thijs Wartenbergh
14 oktober 2009

 


rikkelende opmerkingen

over de schaalsprong: “Het kan; maar het hoeft niet!”

Het plan voor buitendijks bouwen bij Almere-Pampus gaat misschien dienstdoen als een Olympisch Dorp voor de Olympische Spelen van 1928, die mogelijk in Amsterdam plaatsvinden. Dan heb je ook kans dat er aan het Weerwater een Olympisch stadion wordt gebouwd. Overgooi moet een exclusieve wijk blijven zonder voorzieningen als winkels. Almere is een anti-stad. Almere doet me denken aan de Haagse Schilderswijk. Almere-Pampus wordt een mini-Dubai. De Almere Principles zijn een bron van inspiratie. Werken aan de toekomst van de stad kan niet anders dan op basis van een innige liefde voor het bestaande. Almere is niet compleet in zijn bevolkingssamenstelling. Zonder ov-verbinding via het IJmeer naar Amsterdam kan de westkant van Almere zich niet goed ontwikkelen.”

Het waren enkele prikkelende opmerkingen van Adri Duivesteijn, wethouder Ruimtelijke Ordening in Almere en architect/stedenbouwkundige Winy Maas, grote man achter bureau MVRDV, en samen met de wethouder peetvader van de schaalsprong van Almere,. Zij lieten op dinsdagavond 13 oktober, ten overstaan van de Bouwsociëteit, op ontspannen wijze hun gedachten gaan over de effecten van die schaalsprong. Deze  beoogt een groei van Almere van 190.000 inwoners nu naar 350.000 inwoners in 2030, vastgelegd in de structuurvisie 2.0. Hoe is de ambitieuze schaalsprong van Almere tot stand gekomen? Welke invloed hebben deze veranderingen op de stad en de regio? Welke uitgangspunten op stedenbouwkundig gebied liggen ten grondslag aan de bijna-verdubbeling van Almere, als het kabinet daarvoor tenminste op 16 november het licht op groen zet? Wat moet per se op redelijk korte termijn gerealiseerd worden en wat kan verder naar de toekomst doorgeschoven worden?

Het tweetal liet deze onderwerpen de revue passeren, daarbij ondersteund door prachtig grafisch materiaal, zodat de aanwezigen zich een goed konden vormen wat precies bedoeld werd.  Winy Maas is ruim een jaar geleden intensief betrokken geraakt bij de toekomstplannen voor Almere. Hij had al eerder een en ander voor de stad ontworpen, maar praat er nu, als rechterhand van Adri Duivesteijn, intensiever dan ooit over mee. Hij is, zoals hij aangaf, op een rijdende trein gesprongen. Er was immers al veel ontworpen voor 2.0. Maar hij heeft zijn invloed al laten gelden, gaf hij na afloop aan. In de verdichting van de zuidkant van het Weerwater, de ecologische ingreep voor het IJmeer en Markermeer en het idee voor een soort Bouw RAI in Almere-Pampus is veel van zijn visie te vinden. Over het springen op een rijdende trein gesproken, Winy Maas vindt dat de viaducten voor de verbreding van de Flevolijn uitstraling moeten hebben. “Maak ze alsjeblieft niet zoals in België. Die TGV-viaducten zijn afschuwelijk gewoon. Hier moeten ze er mooi uitzien.”

Adri Duivesteijn gaf aan dat  bij de groei van Almere het oude structuurplan van Almere  uitgangspunt is geweest. “We dwongen onszelf door te gaan in die traditie”, zei hij. “We hebben nog steeds veel waardering voor dat idee. Toch doen wij nu schaamteloos voorstellen die tot wijzigingen leiden. Daar ontkom je echter niet helemaal aan. Nu is het een meerkernige stad, straks wordt het een stad met meer kernen; één entiteit met meerder entiteiten.”

Winy Maas zei daarop: “Vasthouden aan de oude structuurvisie is een soort liefdesverklaring. Je kunt je door zo’n houding afzetten tegenover andere steden. Die kopiëren nogal veel. Waarom ze dat doen is mij een raadsel.  Wij zorgen voor zoveel mogelijk diversiteit in de verschillende kernen. Dat is goed want dan krijg je een uitwisseling tussen de kernen onderling.” Adri Duivesteijn gaf aan de Almere Principles belangrijk te vinden als basisideologie: “Je kunt dan uitgaan van een grondslag, je hebt universele waarden. De Almere Principles vormen een bron van inspiratie.”

Amsterdam, zo bleek uit getoonde tabellen, heeft veel meer hogere inkomens en middengroepen dan Almere. Winy Maas: “Als de bevolkingsopbouw en de woningvoorraad minder eenzijdig zou zijn, dan zouden mensen makkelijker kunnen doorstromen.” Adri Duivesteijn: “We hebben destijds besloten dat we naar een andere woningvoorraad toe moesten. Met ‘IkbouwmijnhuisinAlmere’, de prikkel voor particulier opdrachtgeverschap, genereer je die benodigde diversiteit. Mensen waarderen die afwisseling enorm. Dat heb ik gemerkt bij de Boelijn in Noorderplassen-West waar een rij woningen in particulier opdrachtgeverschap is ontwikkeld. Afwisseling in woningbouw vinden mensen prachtig. Ze zien dat als een radicale omslag. Ze hebben meteen het idee in een heel andere buurt te wonen.”

Beide sprekers waren van mening dat het Weerwater ongekende mogelijkheden biedt. “Aan de zuidzijde kan een tweede centrum met een nationaal karakter komen”, aldus Adri Duivesteijn. “vergelijkbaar met de verbinding Malmö-Kopenhagen.” Winy Maas: “Het Weerwater is een prachtige plek. Het is belangrijk dat we, al plannen makend, dingen voor de toekomst openhouden. Kijk naar Eindhoven: daar kon men de tangent, de ring om de stad, uiteindelijk toch nog realiseren om daar in een vroeger stadium rekening mee was gehouden.” Adri Duivesteijn was het daarmee eens. "Je moet toekomstige ontwikkelingen niet onmogelijk maken met de planning van vandaag, dat is de kern van het verhaal."

Vervolgens ging het over het vervoer, zowel openbaar vervoer als de auto. Adri Duivesteijn vond met name de light rail-verbinding tussen Rotterdam en Den Haag interessant als voorbeeld voor de IJmeerverbinding.” Winy Maas: “De IJmeerlijn is een levenslijn, pure noodzaak, voor Almere. Elke 10 minuten een metro of light rail, of wat het ook wordt, zou mooi zijn. De light rail in Zürich is overigens niet snel genoeg gebleken. Dus tsja, je moet wel voor tempo zorgen anders krijg je de mensen er niet in.” Adri Duivesteijn: “Ik vind de combinatie tunnel en brug, zoals we dat nu voorstellen wel prima. Amsterdam krijgt de tunnel die zij wensen en wij de brug. Een prima compromis.” Brans Stassen, die vanaf 1972 meewerkte aan de bouw van Almere en geïnteresseerd toehoorder, meende dat de RER-lijnen, zoals in Parijs, het in Almere ook goed zouden doen.

Adri Duivesteijn meende, tenslotte, dat geprobeerd is een optimistische toekomstvisie neer te leggen, van een unieke kwaliteit. “Ik merk wel regelmatig dat ik moet vechten tegen een negatieve houding van mensen. Die zeggen dan: ‘Het zal wel niet zo worden zoals ons nu wordt voorgesteld’. Het negativisme overheerst vaak. Je moet echter een heel sterk plan hebben en dan zien hoe ver je kunt komen. En dat is dit. Ik heb destijds toen ik wethouder was in Den Haag ook een negatieve houding bespeurd bij de bouw van het Stadhuis. Toen vond men het atrium maar niets. Maar de ‘tegenstemmers’ van toen omarmen nu dat atrium. Die hebben het geadopteerd, in hun hart gesloten. Ik verwacht dat het met dit Almeerse plan dezelfde kant op zal gaan.”

Thijs Wartenbergh