Actueel
Casla kantoor gesloten van 19 juli t/m 8 augustus
Het Casla kantoor is gesloten van 19 juli t/m 8 augustus 2010. In deze periode kunt u wel gewoon de exposities bezoeken.
Excursie: Ruhrgebied Culturele hoofdstad
Met Casla op excursie naar Düsseldorf en Essen; nog enkele plaatsen vrij!
Als vrienden van Casla willen wij u vanaf heden in de gelegenheid stellen om in te schrijven voor deze bijzondere zomerexcursie. Inschrijving sluit op 15 juli of zoveel eerder als we zijn volgeboekt.
Wat is de aanleiding?
De stad Essen is in 2010 de culturele hoofdstad van Europa en men grijpt de gelegenheid aan om het voormalige hart van de Duitse industrie neer te zetten als nieuwe reisbestemming. Er is veel veranderd in de afgelopen twintig jaar. Kolenmijnen, hoogovencomplexen en gashouders hebben nieuwe functies gekregen als musea, theaters en vrijetijdsparken. Industriemonumenten zijn omgetoverd tot een spectaculair panorama van beschermde monumenten. Vanuit toeristisch oogpunt zijn ook andere gebieden ontworpen en opnieuw ingericht, waardoor het gebied een aantrekkelijke vakantieregio is geworden, die shoppers, recreanten en cultuurliefhebbers wat te bieden heeft.
Prijs
Deze driedaagse reis per luxe touringcar met overnachting in een 4****sterren hotel in Düsseldorf, inclusief een compleet excursieprogramma kunnen wij u aanbieden voor:
235,00 euro
(2 overnachtingen op basis van twee persoonskamer, inclusief ontbijt, 1 x diner, entrees en rondleiding Folkwang en Langen Foundation; entree Zollverein) U zorgt zelf voor een reis- & annuleringsverzekering. Lunches voor eigen rekening.
Programma
27 augustus: Düsseldorf
- Rondleiding Medienhafen, meesterwerken van Frank O. Gehry en Claude Vasconi
- Diner: Meerbar, gelegen in beroemd gebouw van Gehry in de hippe Düsseldorfse haven.

28 augustus: Essen
- UNESCO Werelderfgoed Zollverrein; industrieel erfgoed van de hoogste klasse en bezoek aan het Red Dot Designmuseum en het Ruhrmuseum
- Diner (voor eigen rekening)

29 augustus: Essen
- Folkwang Museum in Essen
- Langen Foundation
- Terugreis naar Almere
Aanmelden
U kunt zich t/m 15 juli 2010 aanmelden door een e-mail te sturen naar o.breijinck@casla.nl. Vermeld in ieder geval uw naam, adres, telefoonnummer en aantal personen. Wij nemen nog contact met u op.
Dag van de Architectuur Almere 2010, een beeldverslag
Een terugblik in foto's op de Dag van de Architectuur Almere 2010.
Foto's door Geert van der Wijk.
Mirror of the World
Casla organiseert "Almere: Mirror of the World" in 2010
Almere wordt Architectuurstad van New Towns in Europa.
Almere heeft met haar architectuur een parel in handen. Nergens is de hedendaagse architectuur in al zijn verscheidenheid zo mooi te volgen als in deze stad. Wat de stad in de 34 jaar van haar bestaan heeft neergezet, kent zijn weerga niet. Daarom treedt Almere in 2010 voor het eerst lokaal en nationaal naar buiten als Architectuurstad van New Towns in Europa.
Architectuurcentrum Casla organiseert in dit kader het prachtige project Almere: Mirror of the World; een tentoonstelling in de buitenlucht met tien modellen van gebouwen van over de hele wereld; van Seoul en Peking tot Toronto en Adis Abeba. De makers daarvan zijn architecten die ook in Almere hebben gebouwd!
Met dit project toont Almere haar internationale architectonische kwaliteit. Rondom de manifestatie zijn rondleidingen gepland, waardoor iedereen de kans krijgt de grote, belangrijke architectuurobjecten van de stad, van buiten en van binnen te leren kennen.
Met deze manifestatie krijgen we onze stad te zien als een openluchttentoonstelling van belangrijke architectuur. Ook het stedenbouwkundige plan komt aan de orde, het plan dat het podium vormt waarop dit prachtige ensemble heeft kunnen verrijzen. Almere zal hierna elke twee jaar een Architectuurmanifestatie organiseren. Deze eerst aflevering opent op 11 september 2010. Volgt u het nieuws op www.casla.nl!
Tentoonstelling Het Landschap van Almere 1970 2010 2030
Nu met beeldverslag van de opening
Een overzicht van de landschappelijke ontwikkeling van Almere vanaf 1970 tot heden en een blik op en inzicht in de toekomst van de landschappelijke ontwikkelingsstrategieën en plannen tot 2030.
De tentoonstelling werd op 26 juni 2010 tijdens de Dag van de Architectuur geopend.
Bekijk hier het beeldverslag (foto's: Geert van der Wijk)
Meer informatie
Dinsdag t/m zaterdag van 12:00 - 17:00 uur
Toegang gratis
Presentatie onderzoeksresultaten The Greenery
In samenhang met tentoonstelling Het Landschap van Almere
Resultaat van drie onderzoeken naar het bestaande groen in de stad: Almere Haven, groengebied tussen de Velden en de Wierden, het Lumièrepark in Almere Stad en het bosgebied Almere Buitenhout in Almere Buiten.
Het onderzoek is erop gericht hoe men deze gebieden beter kan ontsluiten om zowel natuurbeleving als stedelijk recreatief gebruik te stimuleren door omwonenden als overige bezoekers van de gebieden.
Aan het onderzoek is door Casla een ontwerpopgave verbonden. Resultaten van het onderzoek en de daaraan verbonden ontwerpen worden in de tentoonstellingsruimte van Casla gepresenteerd gedurende de tentoonstellingsperiode van Het Landschap van Almere 1970 - 2010 - 2030. Deze ontwerpopgaven worden als visie aan de Gemeente Almere aangeboden.
Meer informatie
Dinsdag t/m zaterdag van 12:00 - 17:00 uur
Toegang gratis
Plaquettegebouwen Stadshart ‘in the picture’ vanaf zaterdag 19 juni
In samenwerking met de Gemeente Almere en ACM organiseert Casla de architectuurmanifestatie Mirror of the World. Doel van deze manifestatie is meervoudig, maar vanaf 19 juni wijzen we het publiek nadrukkelijk op de buitengewone kwaliteit van onze stadsarchitectuur.
Voor uitzonderlijke gebouwen bestaat een visitekaartje, de plaquette. Op zaterdag wordt in het centrum extra aandacht besteed aan zes van deze plaquettegebouwen: The City, The Jewel, Utopolis, de Smaragd, de Citadel en The Angle. Knalroze bannieren maken u er op attent. U kunt een en ander ook volgen in Almere Vandaag.

Plaquette bij de Nieuwe Bibliotheek, met architect Barry van Waveren (foto: Geert van der Wijk)
Verslag intreerede Ontwerp & Politiek Wouter Vanstiphout
Verslag door Odette Breijinck
Namens Casla was Odette Breijinck op 9 juni 2010 aanwezig bij de rede waarmee Wouter Vanstiphout zijn leerstoel Design as Politics aanvaardde aan de faculteit Bouwkunde van de Technische Universiteit van Delft. ‘Ontwerp en politiek’ wordt door Vanstiphout direct veranderd in ‘ontwerp = politiek’. Deze leerstoel is ingesteld door VROM als een praktijkleerstoel ‘Wetenschappelijke toepassingen in de Ruimtelijke Ordening’. Vanstiphout zal zich binnen zijn hoogleraarschap focussen op de maatschappelijke inbedding van architectuur en stedenbouw. Daarbij heeft vooral de politiek-bestuurlijke inbedding zijn aandacht.
“Ontwerp staat niet naast de politiek, Ontwerp is Politiek”
Hebben ontwerpers en politici schuld aan armoede, maatschappelijke spanningen en stedelijk geweld? Een relevante vraag in de aanloop naar de verkiezingen. ‘Nederland is na 9 juni toe aan een nieuw ontwerp: politiek en ontwerp kunnen daarbij niet zonder elkaar’, aldus Wouter Vanstiphout in zijn intreerede als hoogleraar Design as Politics aan de Faculteit Bouwkunde TU Delft.
Ontwerp is politiek
Gaat de Nederlandse kiezer op 9 juni naar de stembus voor de landelijke verkiezingen, Vanstiphout wijdt de jongste leerstoel van de Faculteit Bouwkunde in met zijn stelling dat ontwerp niet naast de politiek staat; evenmin dat zij ‘van’ de politiek is. Ontwerp ís politiek. Dit is dan ook hét moment voor een oproep: ontwerpers en politici moeten – na een jarenlange vervreemding – weer nader tot elkaar komen.
Politiek is ontwerp
Op 9 juni kiest Nederland wie ons land mag gaan regeren in een periode waarin ongekend grote beslissingen over economie, wonen, segregatie en ecologie moeten worden genomen. Nederland lijkt een keerpunt te hebben bereikt, waarbij consensus niet langer werkt. De economie dwingt tot bezuinigingen en bezuinigingen dwingen tot keuzes, ook ruimtelijke keuzes. Of we het willen of niet, Nederland zal opnieuw worden ingericht. Politiek ís op dit moment meer dan ooit ontwerp, en ontwerp meer dan ooit politiek.
Maatschappelijke opgaven zijn stedelijke opgaven
Meer dan 50% van de wereldbevolking woont in steden, wat betekent dat de hedendaagse maatschappelijke opgaven zich per definitie ruimtelijk en stedelijk manifesteren. Bij vrijwel alle crises die nu het politieke debat beheersen, zien we een relatie met de stad: ecologische crisis, integratie of segregatie van bevolkingsgroepen en het effect van de financiële crisis op de woningmarkt.
Wereldverbeteraar
In Nederland geloven wij niet meer in de maakbaarheid van de samenleving en is de stedenbouwer in veel gevallen een gedienstige procesmanager geworden. Toch zien we dat in de rest van de wereld nog steeds grootschalige en ingrijpende projecten worden gepland en uitgevoerd om zo de meest urgente maatschappelijke problemen te verhelpen. Compleet nieuwe steden in China, India en de Golfstaten, integrale vernieuwing van krimpende steden als Detroit, plannen om heel Europa een nieuw energienetwerk te geven. Pogingen om orde en infrastructuur aan te brengen in de slums die een zeer groot deel van de wereldbevolking huisvesten.
Proactievere houding
In Nederland ligt er echter ook een enorme opgave om steden en regio’s groener, ondernemender, eerlijker, aantrekkelijker en ‘slimmer’ te maken. Waarom laten wij dat hier over aan de toevallige gevolgen van marktwerking en decentralisatie? Waarom neemt de overheid hier geen proactievere en intelligentere houding aan?
Heeft het beleid voor de integrale verbetering van achterstandswijken in Nederland, met al zijn ideeën van lokale coalities van corporaties en gemeenten, wel het gewenste resultaat gehad?
Nederland gidsland
Ook in Nederland is behoefte aan een stedenbouwkundig ontwerp en een ruimtelijk beleid dat vertrekt vanuit echte maatschappelijke opgaven en de echte verschillen die tussen plekken bestaan. In een maatschappij waarin ruimtegebruik een steeds belangrijkere rol gaat spelen, is het niet meer dan normaal dat Nederland zijn traditionele rol als gidsland op het gebied van maatschappelijke stedenbouw en architectuur weer op zich neemt.
Design as Politics: een eerste stap in de goede richting
De instelling van de Leerstoel Design as Politics aan de Faculteit Bouwkunde TU Delft is een kleine maar belangrijke stap in de richting van de nieuwe pioniersrol van Nederland. Door middel van publicaties, onderwijs, lezingen, columns en tentoonstellingen, zal de leerstoel Ontwerp en Politiek de komende jaren, internationaal en nationaal, het debat over de maatschappelijke rol van architectuur en stedenbouw, op beslissende wijze proberen te beïnvloeden.
- - - - - - - - - -
Commentaar
Zelf vond ik het bijzonder interessant hoe hij de stedenbouwkundige ontwikkeling inbedt binnen de historisch emancipatorische ontwikkelingslijnen; de sociaal culturele ontwikkeling. Van de beweging die afschaffing van de slavernij eiste via het vrouwenstemrecht, het topdown model van Jane Jacobs naar de hervormingsideeën van Jan Schaeffer.
Nieuw ontwikkelde steden kregen historische karakteristieken aangemeten, van model tuinstad tot ville radieuse, maar verwerden tot starre instituten en technologische paradigma’s. Zelfs kraken werd geïnstitutionaliseerd.
Ruimtelijk ontwerpen blijkt controversieel, wat in de politieke arena leidt tot allerlei debatten. Hieruit mag men concluderen dat de stad niet maakbaar is, in tegenstelling tot wat we lang hebben gedacht.
VROM wil herstructureren, want er is (te) veel verrommeling. Wat we doen is onzichtbaar: er is een overdaad aan vele kleinschalige opgaven, maar een totaalvisie ontbreekt. Door krimp enerzijds en groei anderzijds worden stedenbouwers voor nieuwe uitdagingen gesteld; we hebben te maken met de grootste make-over van de stad. Als we nu niet ingrijpen is dat een gemiste kans. Ontwikkelingen waar we ook in Almere mee geconfronteerd worden.
Vanstiphout noemt een vijftal pakkende voorbeelden van stadshervormingsplannen die in mei en juni 2010 in de media, internationaal zijn gelanceerd. Dit lijken bijzondere plannen, maar zijn feitelijk ‘herhalingen van vroeger’. In al deze plannen gaat het niet om de plannen zelf, maar lijken het instrumenten om politieke plannen te bereiken (Duivesteijn, Sarkozy)
Hebben we dan niets geleerd van de plannen van vroeger? Nee. Juist daarom is deze leerstoel van belang, om zelf weer het heft in handen te nemen en met de lessen uit het verleden, de steden van nu te her/ontwikkelen.
Vanstiphout is krachtig in zijn uitspraken en stelt dat, met de grote diversiteit van de huidige generatie studenten, die een afspiegeling zijn de samenleving, de gelegenheid moet worden aangegrepen om juist nu het heft weer in handen te nemen.
Odette Breijinck, 16 juni 2010

Hedy d’Anconaprijs voor excellente architectuur van de zorg
Verslag door Odette Breijinck
Op 1 juni 2010 was Odette Breijinck van Casla aanwezig bij de uitreiking van de Hedy d'Anconaprijs voor excellente architectuur van de zorg. Winnaar werd revalidatiecentrum Groot Klimmendaal in Arnhem van architect Koen van Velzen.
De jury onder leiding van Ton Venhoeven selecteerde het winnende project uit zes genomineerde projecten die eerder dit jaar zijn bezocht. De jury omschreef het revalidatiecentrum als ‘een gastvrije en open omgeving waarin de zorg een natuurlijke basis heeft, maar die tevens ruimte biedt aan andere activiteiten. Een dergelijke vorm van slim dubbelgebruik is zowel maatschappelijk als qua financiering doorslaggevend voor het maken van innovatieve en hoogwaardige zorgarchitectuur.’
Op 1 juni 2010 ontvingen de winnaars, architect Koen van Velsen en opdrachtgever dhr. J.D. Martina, algemeen-directeur van de Stichting Arnhems Revalidatiecentrum Groot Klimmendaal, de prijs van 20.000 euro uit handen van mevrouw Hedy d’Ancona.
‘Groot Klimmendaal raakt de essentie van architectuur: het maken van mooie ruimtes. Het valt te prijzen dat de zorgfunctie niet van het gebouw valt af te lezen. Het gebouw straalt zelfverzekerdheid en beheersing uit. Precies de eigenschappen die een revalidant nodig heeft om beter te worden. Het zorgconcept is op een treffende wijze vertaald in architectuur.’

v.l.n.r. architect Koen van Velzen, opdrachtgever dhr. J.D. Martina, Hedy d'Ancona en Dana Ponec (jurylid)
Eervolle vermeldingen
Een eervolle vermelding was er voor het Gezondheidscentrum Jozef in Deventer. Volgens de jury: ‘Een project dat getuigt van begrip, durf en originaliteit’. ‘De analytische capaciteiten van de architect Matthijs Bouw zijn van doorslaggevende betekenis bij deze intelligente transformatie van een wederopbouwmonument.’
Het woon-werkproject Oosterdel in Broek op Langedijk kreeg eveneens een eervolle vermelding. De jury is enthousiast over de maatschappelijke inbedding van het kleinschalige zorgproject, dat te danken is aan het gezamenlijke initiatief van Stichting Veldzorg en de Raphaëlstichting, en de contextuele architectuur van 9 graden architecture. ‘Door de ligging aan het aangrenzende Oosterdelgebied zijn wonen en werken volledig geïntegreerd.’
Eerste editie
De Hedy d’Ancona-prijs voor excellente zorgarchitectuur is een nieuwe prijs in de Nederlandse architectuur- en zorgwereld. De prijs richt zich specifiek op gebouwen in de zorgsector waarbij stedenbouw, tuin- en landschapsarchitectuur, architectuur en/of interieurarchitectuur het zorgconcept ondersteunen. Uit de 112 inzendingen blijkt dat bouwen met respect voor de patiënt, cliënt, medewerker en familie, in relatie tot de wijk of omringende landschap, geen eenvoudige opgave is. Slechts enkele bijzondere projecten zijn voorbeeldstellend en inspireren. Bovendien maken medici en architecten veel te weinig gebruik van elkaars expertise. De eerste ronde van de Hedy d’Ancona-prijs toont aan dat kwaliteitsverbetering in de zorgarchitectuur geen overbodige luxe is.
In 2012 wordt de prijs opnieuw uitgereikt.
Publicatie
Het eerste exemplaar van de publicatie Hedy d’Ancona-prijs voor excellente zorgarchitectuur 2010 is op 1 juni overhandigd aan Iris van Bennekom, directeur Langdurige Zorg VWS.
Naast vijf essays die ingaan op de vaak onnodig stigmatiserende zorgarchitectuur, de invloed van stelselwijzigingen en kredietcrisis, het gehanteerde doelgroepenbeleid, hergebruik ofwel de aantrekkelijkheid van oude gebouwen voor nieuwe zorgconcepten en de fysieke en psychische beleving van patiënten, zijn alle inzendingen, shortlist, nominaties en uiteraard de prijswinnaar in de publicatie vertegenwoordigd.
Met een voorwoord van Hedy d’Ancona en een DVD van ZIE ZORG, een reeks van televisie-uitzendingen over de rol van architectuur en kunst bij zorginstellingen.
- - - - - - - - - -
Commentaar
Na een introductie door Janny Rodermond van het SFA kreeg eerst Ton Venhoeven het woord. Hij schetste in een snelle presentatie de verwachting hoe steden en huisvesting van morgen zullen veranderen. Hierbij spelen criteria als vergrijzing bevolking, hoe lang blijven we thuiswonen (ouderen) wanneer vertrekken jongeren uit huis, hoeveelheid groen, belang van openbaren ruimte en infrastructuren en stadslandbouw en milieusparende voorzieningen een rol.
Dan krijgt Hedy D’Ancona het woord en spreekt de in groten getale opgekomen gasten toe. Haar deskundigheid, haar betrokkenheid bij zorg in het algemeen, haar humor en haar presence gaven de middag extra allure. Het meest frapperend was haar uitspraak dat zij in haar leven talloze instellingen had geopend, maar vaak na afloop bedacht hoe gezegend zij was, dat zij niet in die instelling hoefde te blijven en weer naar huis mocht gaan. Ook stelde zij dat de kwaliteit van de architectuur voor mensen met een geestelijke beperking nog steeds op een dubieus, onvoldoende niveau ligt en dat daar veel winst valt te halen.
Ik had zo mijn eigen voorkeur en was heel blij met de uitverkiezing van Koen van Velzen met zijn project Groot Klimmendaal in Arnhem.
Odette Breijinck, 16 juni 2010
Verslag lezing Barry van Waveren
Barry van Waveren over de wording van De Nieuwe Bibliotheek
door Ans van Berkum
Barry van Waveren; partner in het bureau Meyer en Van Schooten en projectarchitect voor de Nieuwe Bibliotheek van Almere, vertelt over de wording van dit schitterende icoon in het Stadshart.
De wordingsgeschiedenis van de bibliotheek beslaat de periode van 2002 tot 2010. Vrij lang, maar nu het gebouw er eenmaal staat, verdwijnen alle perikelen die het proces vertraagden in het niet bij het geweldige resultaat.
Het eerste ontwerp ontstaat in een periode dat Amsterdam het culturele hart van de regio is, en het beeld van Almere bestaat uit een groot suburbaan gebied, dat uit veel mooie wijken bestaat. Maar Almere groeit, en het voorzieningenpeil moet op stedelijk niveau worden gebracht. Daarbij hoort een nieuwe bibliotheek, die aan de straat De Diagonaal wordt gesitueerd, de straat die vanaf het Stadhuisplein naar het hoogste punt van het gebogen maaiveld loopt. Bureau Meyer en Van Schooten verwerft de opdracht na een procedure van Europese Aanbesteding en start met schetsen vanuit het door de gemeente geformuleerde programma. Dat houdt in dat er 4000 m2 kantoor met komen, 11.500 m2 voor de bibliotheek, 3700 m2 voor woningen en 2160 m2 commerciële ruimte. Het kantoren deel kan beschouwd worden als een soort strategische reserve, die door de bibliotheek kan worden geassocieerd als de groei van de stad een nóg grotere bibliotheek vereist.
Barry van Waveren laat het gepuzzel zien waar het bureau in de eerste periode mee bezig is. Men kijkt naar hoe de verschillende programmaonderdelen in elkaar moeten passen en verdiept zich in de praktische eisen die aan het gebruik als bibliotheek moeten worden gesteld. Naast deze schematische organisatie van de bouwdelen kijkt men naar de modellering. Men buigt zich daarbij over de meer psychologische kant van een ontwerp voor een bibliotheek. Een bibliotheek moet grandeur hebben en het moet een helder gebouw zijn dat vanuit het hart voor de bezoeker begrijpelijk is in zijn opzet en logistiek. Het moet mogelijkheden scheppen voor ontmoeting, en naar buiten toe de monumentaliteit uitstralen, die eigen is aan een cultuurtempel in een grote stad. Van Waveren exerceert met krijt en kleur langs de vele mogelijkheden en laat zien hoe het gebouw langzaam maar zeker meer organisch wordt en qua stijl en uitstraling de kenmerken van het ING-House in Amsterdam reflecteert. Lange raamstroken geleden de 130meter lange straatwanden en de punt die naar het Stadhuisplein gericht is, tilt zich op boven een terugspringende ingangspartij. Daarmee krijgt het net als het Amsterdamse kantoor een ‘kop’, en doet aan een liggende hond denken. Die kop wordt uiteraard van de bibliotheek en herbergt nu het horecagedeelte en een theaterzaal. De woningen worden een precies de andere kant gesitueerd. De huizen krijgen uitzicht op een als tuin ingericht balkon en het Weerwater. Het kantorendeel ligt verspreid tussen de bibliotheekverdiepingen en de commerciële ruimte wordt als een lade in de plint geschoven aan de kant van de Diagonaal. Van bovenaf lijkt de organisatie van de bouwdelen op een krakeling; twee lussen met twee grote gaten in het midden.
Een bijzonder element is de grote binnentuin in het centrum van het gebouw. Het stenige stadshart had groen, echt gróen groen, nodig, betoogde de architect. Aanvankelijk liep het vloerniveau van de grote bibliotheekruimte in de visie van het bureau flauw op, daarmee dezelfde curve volgend van de aanliggende Diagonaal. Dat stuitte op een hoop verzet van de kant van het bibliotheek personeel, dat zichzelf niet elke dag de boekentrolleys omhoog zag duwen. Uiteindelijk is gekozen voor ‘sawa’s’. Omlijnde terrassen, die in een oplopende bewegingen het naar onderwerp geordende boekenaanbod etaleren. Langs de buitengevel blijft een smal pad zonder terrassen gespaard, om ook minder valide mensen te faciliteren. Het inrichtingsconcept is van het bureau Concrete, en staat geheel haaks op de rust en de rechte belijningen van de Meyer en Van Schoten architectuur. Concrete ontwierp een soort ‘spaghetti-kasten’, die de hele ruimte doorkronkelen.
Vanuit de toehoorders van de lezing komen appreciërende opmerkingen over deze keuze, die de bibliotheek laat functioneren als een warenhuis vol aantrekkelijke aanbiedingen. De ruimtelijkheid die Meyer en Van Schooten aanvankelijk realiseerde in het gebouw, wordt echter duidelijk gestoord door de hoge geïllustreerde opzetstukken. Van Waveren vertelt hoe hij de wens om grandeur te realiseren niet alleen vertaalde naar de fantastische hal van 8 meter hoog waarin de bezoeker ontvangen wordt. Lang werd gezocht naar afwerkingmateriaal dat de gewenste massiviteit en monumentaliteit zou uitstralen. Men kwam uit bij een bedrijf in Sauerland, gespecialiseerd in architectonisch beton. Dat resulteerde in de productie van antracietkleurige afdekplaten met een onregelmatig strepen patroon, waarin basalt verwerkt is. De micadeeltjes in dat materiaal reflecteren het licht in kleine flitsjes. Wat chique en levendig aandoet.
De Nieuwe Bibliotheek van Almere is een bouwwerk geworden dat qua duurzaamheid en uitstraling de tand van de tijd zal weerstaan. Een prachtige voortzetting van het drukke stadhuisplein, dat stromen bezoekers aantrekt voor een intens en plezierig verblijf. Barry van Waveren toonde in zijn lezing hoe dit resultaat bereikt werd. De experimentele aanpak, het omgaan met het programma als een tangramspel, de flexibiliteit en empathie naar de toekomstige gebruikers, de grandeur van de binnenruimte en de monumentaliteit van het bouwvolume, vormen een ware aanwinst voor Almere.
“Architectuur Meyer en Van Schooten wordt nooit ingewikkeld”
Tentoonstelling bij Casla van befaamd bureau (met beeldverslag opening)
door Thijs Wartenbergh
‘Gewoon even rondstruinen, net als shoppen, maar dan lenen met een biebkaart’. Dit motto van de vrijdag 26 maart officieel geopende bibliotheek in het stadshart van Almere kan niet beter aangeven dat deze nieuwe parel van Meyer en Van Schooten midden in het winkelcentrum ligt. Je loopt er tijdens het winkelen gewoon even naar binnen. Met voor de ingang een tegel met de naam van de toenmalige wethouder Frits Huis van Leefbaar Almere, die de bouwstart op 29 mei 2005 aangeeft, en naast de deur een architectuurplaquette, een initiatief van het Nederlands Architectuur Instituut (NAI).
Henk Smeeman, in 2006 namens de VVD als wethouder de opvolger van Huis, kwam aan het woord vlak voordat de plaquette (met daarop onder andere de namen van de opdrachtgevers: de gemeente Almere, MAB Development en Blauwhoed Eurowoningen) werd onthuld. Hij had gehoopt zijn naam terug te vinden op de tegel, zei hij met een knipoog. Hij refereerde aan een bezoek aan Frankrijk in een eerdere fase, waar een potentiële architect voor de bibliotheek – nu in alle uitingen en op de glazen gevel formeel ‘denieuwebibliotheek’ genoemd - was bezocht. Op de terugweg in de trein, met een forse hoeveelheid drank ‘die ze in Schotland veel nuttigen’ in de nabijheid, werd besloten dat ze toch maar niet in zee zouden gaan met het Franse bureau.
Dingeman Lievense, toen projectdirecteur van het stadshart (‘ik heb de rekening nog van dat gelag in die trein’), zegt waarom dat was. “In Frankrijk heerst een heel andere cultuur in omgaan met de opdrachtgever. De architect heeft er minimaal overleg met de opdrachtgever. Dat zagen we toch niet zitten. We wilden regelmatig structureel overleg met de architect. We zouden op een bepaald moment ‘ho’ moeten kunnen zeggen. Afijn, Meyer en Van Schooten hadden al naam gemaakt met het ING House en de keuze voor dat bureau was daarom niet zo moeilijk.”
Bij Casla, waar een tentoonstelling van het werk van Meyer en Van Schooten – het bureau bestaat 25 jaar - werd geopend, gaf Hans Ibelings, hoofdredacteur van A10 New European Architecture, aan wat kenmerkend is voor dit internationaal befaamde bureau. “Het is probleemloos rationalisme. Hun architectuur is oplossingsgericht, stroomlijnt, ordent, organiseert”, aldus Ibelings. “Hoe complex de architectuur van Meyer en Van Schooten ook is, het is nooit gecompliceerd. Het wordt nooit ingewikkeld. Achter hun architectuur zit geen groot concept, hoef je geen diepe bedoelingen te zoeken en ook geen theorie.”
Maar wel ideeën, ging hij verder. “Hun oeuvre”, aldus Ibelings, “is een reeks oplossingen voor specifieke opgaven in specifieke omstandigheden. Het is architectuur die zich bewijst in de praktijk. Het wordt bij hen architectuur als het er is, als het gebouwd is. Kortom, een vorm van architectuur die verbonden is aan de praktijk van het bouwen.” Hij refereerde, net als Smeeman overigens, aan de vertraging van het bibliotheekproject. “Met minder snelle architecten als Roberto (Meyer) en Jeroen (Van Schooten) zou de bouw misschien nog langer geduurd hebben.”
En van de twee jubilarissen, Jeroen van Schooten, staat licht geëmotioneerd naast het overzicht dat het oeuvre van zijn zakenpartner en hem – inmiddels met 50 man personeel – weergeeft. “Het is als een sentimental journey. Prachtig om alles bij elkaar te zien. In 1995 zie je bijvoorbeeld twee projecten, in 1998 één project. Dat geeft de laagconjunctuur van dat moment aan. Na 1997, toen men wist dat we de opdracht voor het ING House hadden, was het wat rustiger omdat toen kennelijk gedacht werd dat we voor andere opdrachten geen tijd hadden.”
Natuurlijk, hij is trots op het in de volksmond schoenendoos of kruimeldief genoemde kantoor van ING langs de A10. “Maar we hebben meer interessante klussen gedaan, het onderkomen van het ministerie van Financiën bijvoorbeeld, maar enkele opdrachten van particulieren zijn ons evenzeer aan het hart gebakken”, zegt hij. De bibliotheek zagen hij en Roberto Meyer als een geweldige uitdaging. “Het lastige met de bibliotheek was het oorspronkelijk idee om woningen boven de bibliotheek aan te brengen”, aldus Van Schooten. “Dat vonden we niet handig. Je zit dan met leidingen, riolering, noem maar op. We wilden een bibliotheek die we vrij konden neerzetten. De woningen zijn toen naar een apart blok op de hoek verschoven.”
Het lastige aspect was het gebogen maaiveld, zo kenmerkend voor het stadshart. “We besloten daarom een gebouw te creëren dat oploopt met het maaiveld. Gezien vanuit de bibliotheek loop je met het publiek buiten mee omhoog of omlaag. Er is geen groen in de directe omgeving, dus hebben we een binnentuin laten aanleggen”, verklaart hij. Verder moest er een contrastkleur komen met het ernaast gelegen, witte stadhuis. “We kwamen uit bij Hering Bau in Duitsland. Daar kunnen ze grote betonnen prefab betonelementen maken met verschillende structuren. Bijzonder geschikt voor deze situatie.”
Het is geen muffige bibliotheek geworden, gaat hij verder. “Er is veel licht, mensen kunnen langzaam omhoog naar de verdiepingen via een funroute maar ook op een snelle manier met de roltrap naar boven of beneden. Je kunt elkaar ontmoeten, er zijn gezellige ruimten. Voor eenieder is er wel wat te vinden. Ik ben met name onder de indruk van de majestueuze hal. Die is heel goed geslaagd. Die nodigt uit om er binnen te gaan.”
Directeur van de nieuwe bibliotheek, Chris Wiersma, is terecht trots op ‘zijn’ huis. Hij kwam hier in 2006, toen de bouw een jaar bezig was. “Ik ben nog steeds onder de indruk. Toparchitecten hebben eraan gewerkt, het interieur is top. Het is het meest publieke gebouw van de stad. Het is ruim, maar tegelijkertijd beschut en humaan. Je voelt je er namelijk gauw thuis. Ik heb destijds in Groningen ook de bouw van een nieuw bibliotheek meegemaakt. Dat was ook een prachtig gebouw, maar dat was nog voor het internettijdperk. In vergelijking met die periode is er veel veranderd. Wij moesten uiteraard aandacht besteden aan internet, games, computers. Dat is er allemaal volop.”
Jan de Vletter, adviseur van Casla’s Programmaraad, is onder de indruk van de bibliotheek. “Er is een groot verschil tussen de binnen- en buitenwereld bij Meyer en Van Schooten. Dat is hun handelsmerk. Je hebt binnen enorm veel licht, net als bij het ministerie van Financiën. Dat is aan de buitenkant op een bepaalde manier bescheiden. Het stadhuis van Cees Dam is opzichtiger, de bibliotheek is wat bescheidener in uitvoering. Ik denk dat die twee gebouwen een prima combinatie vormen. De bibliotheek is een grote aanwinst voor het stadshart.”
Bestuurslid van Casla, Jurgen van Staaden van Santman Van Staaden Architecten, meent dat het stadshart met het bouwwerk van Meyer en Van Schooten Architecten een stap vooruit heeft gemaakt. “De twee hebben een grote terughoudendheid getoond met hun ontwerp. Ze hebben zich gevoegd in het concept van OMA en toch veel kwaliteit geboden.”
Beeldverslag
Foto's van de dag werden gemaakt door Geert van der Wijk.
"Vergeet bij alle bouwplannen vooral bestaande stad niet"
Verslag Discussieavond: Schaalsprong 2.0 (4 maart 2010)
door Thijs Wartenbergh
Ze was al eerder bij Casla op bezoek geweest, rijksbouwmeester Liesbeth van der Pol, op 17 november 2009, om de stedenbouwkundige ontwikkelingen van Almere onder een vergrootglas te leggen. Toen ontbrak daar de tijd voor. Dit keer, op 4 maart, had ze zichzelf meer tijd gegund om haar visie te geven op verleden, heden en toekomst van Almere. Conclusie: ze is vol lof over Almere, maar tegelijkertijd daagt ze met haar standpunten wethouder Adri Duivesteijn over Almere 2.0, de toekomstvisie van de stad, uit.
Ze begon meteen al te zeggen dat, kijkend naar de toekomst van Almere en de beoogde bouwplannen die – als het goed is - moeten resulteren in de realisering van 60.000 woningen, dat een goede prioriteitstelling essentieel is. De economische crisis in een bouwcrisis. “Die 60.000 woningen realiseer je toch niet. Wat mij betreft moet dat een verdichting en een renovatie van de huidige woningbouw zijn. Natuurlijk, er moet een IJmeerverbinding komen, daar ben ik voor. Maar een compacte bouw is misschien wel een betere motor voor de toekomst dan alleen maar kijken naar Almere Pampus of bouwen in het IJmeer”, aldus Van der Pol.
Haar voorganger Mels Crouwel, vertelde ze, had al gezegd: “Hoe bestrijd je de leegstand in Almere, hoe kan de lokale woningmarkt worden versterkt en – opnieuw – welke fasering moet worden aangehouden bij de bouw van zoveel extra (60.000) woningen?” Ze benadrukte dat daarbij vooral de bestaande stad niet vergeten moet worden. “De ontwikkeling van Almere Centrum is erg hard gegaan. Naar mijn idee is Haven niet aangesloten bij het geheel van Almere. Dat deel is achtergebleven, zeker in gevoelswaarde. Ik zou zeggen: vergeet de bestaande stad niet. Bewaar die goed. Haven is in feite cultureel erfgoed, beschouw dat dan ook als zodanig zo.”
Goudkust
Terwijl dat deel van Almere, Haven, gelegen aan het Gooimeer, allerlei kansen biedt. “Dat is een goudkust. Daarmee kijk je als Almere niet alleen naar Amsterdam. Het College van Rijksadviseurs heeft al eerder benadrukt: ‘Almere, maak je niet alleen afhankelijk van Amsterdam. Kijk ook naar Utrecht. Daar is ook een universiteit bijvoorbeeld. We hebben het tenslotte toch ook over een Euregio?”
Het compacte bouwen, een stokpaardje van Van der Pol, waar zou dat gestalte moeten krijgen in Almere? De omgeving van de spoorstations. In ieder geval moet het centrum voorrang hebben. “Dat zijn knooppunten, daar moet gezelligheid komen. Die moeten het middelpunt van ontwikkelingen zijn.” Kennelijk was ze via Stedenwijk Midden naar Casla gereden. “Ik moest via een smal weggetjes en schuurtjes hierheen. Ik vond dat niet zo prettig. Is dat het Almere dat we willen? Ik geloof het niet. Er valt nog wel wat te verbeteren. Niet te grootschalig bouwen, is daarbij van belang. Investeer in kwaliteit, zorg voor meer groen (hoewel Almere op dit punt weinig te klagen heeft), revitaliseer woningen in de bestaande stad.”
“Wat mij betreft”, vervolgde ze haar betoog, “hebben de bloemkoolwijken (zo genoemd door de vorm ervan) in Haven en Stedenwijk, met hun typerende hofjes, de toekomst. Daar moet veel aandacht heen. De aandacht voor de IJmeerverbinding mag niet ten koste gaan van die buurten. Door die wijken niet te vergeten – bijvoorbeeld door kleine woningen samen te voegen tot gezinswoningen - voorkom je sloop van een belangrijke woningvoorraad in de toekomst.” (Wat dat laatste betreft is de gemeente via de Tafel van Almere daar intensief mee bezig. Daarbij wordt bekeken hoe kan worden voorkomen dat oude wijken op een bepaald moment gesloopt moeten worden, red.).
Met het in de voorgaande alinea noemen van verbeterpunten, lijkt het alsof de rijksbouwmeester niet erg tevreden is over hetgeen tot nu toe bereikt is in Almere. Het tegendeel is waar. “Almere heeft veel om trots op te zijn. Het heeft zich ontwikkeld tot een eigenstandige, internationale stad. Met voortdurende experimenten op woningbouwgebied, zoals de Bouw Rai’s. De nek uitsteken, durf tonen: het is kenmerkend voor Almere. Nu weer particuliere opdrachtgeverschap, denk daarbij aan het Homeruskwartier, met Tübingen als voorbeeld. Ik denk dat u zich ook wel trots zult voelen. Neem het stadshart, met zijn geplooide maaiveld, het gras in de Citadel van Christian de Portzamparc. Het Weerwater is een unicum. Er zijn maar weinig steden die midden in de stad zo’n riante plek aan het water hebben. De Roestbak was destijds hoogdravend, en is dat nog steeds. Versterk wat je hebt, zou ik zeggen. Laat er meer iconen landen. Er is nog veel ruimte in Almere, het kan dus.”
Fietsbrug
Over ruimte gesproken: Almere blijkt, zoals Van der Pol zelf regelmatig aan den lijve ondervindt, een prima omgeving om te fietsen. “Destijds met die koolzaadvelden, dat was toch genieten geblazen. Op je eigen tempo dat tot je laten doordringen. Daar zou ook nu nog meer de nadruk op moeten liggen. We doen alles maar met de auto. Fietsen is heerlijk. Van mij mag er een IJmeerverbinding voor fietsers komen. Almere kan de eerste duurzame stad worden, waar fietsen voorop staat. Dat alles samen met een goede architectuur. Er is 25 miljoen geïnvesteerd in fietssnelwegen. Gelukkig is daarbij ook de route Amsterdam- Almere genoemd.” Van der Pol geeft de voorkeur aan een brug boven een tunnel. “Heerlijk, genieten van het water”.
Almeerders zien zich te veel als een forensenvolk, betoogde ze verder. “Terwijl er zoveel kracht in het eigen gebied ligt. Het is echt wel een verblijfsgebied, alleen: dat blijft onderbelicht. Almere is toch een prachtstad. Maar wel met soms erg grote pleinen, voor de schouwburg, voor de bioscoop. Dat is meer een overmaat. Een plein vereist een zekere dichtheid, dan wordt het gezellig. Die dichtheid mis je in deze twee voorbeelden.” Een van de aanwezigen vond die weidsheid, midden in de stad, juist weer mooi.
Twijfels
Terugkomend op de plannen om te bouwen in het IJmeer: “Ik heb er mijn twijfels over. Woonmilieus in het centrum zijn krachtiger. Compact bouwen , samen met voldoende groen, dat kan. Nieuwe dichtheid neemt nieuw groen met zich mee. Wat mij betreft moet de dijk bij Almere Pampus doorgestoken worden. Dan krijg je binnendijks dat eilandenmilieu, in plaats van het IJmeer. Volgens de gemeente moet er, bij de groei van Almere, op twee borden geschaakt worden. Daarbij wordt zeker de bestaande stad niet vergeten. Ook bij het Weerwater zal veel gebouwd worden. Maar om de IJmeerverbinding rendabel te krijgen moet ook in het noordwesten van Almere woningbouw plaatsvinden.
Zie ook: Discussieavond: Schaalsprong 2.0 (de oorspronkelijke aankondiging)

Wie is er trots op Almere? (foto: Geert van der wIJK)
Beeldverslag
Foto's van de dag werden gemaakt door Geert van der Wijk.
Tentoonstelling: Almere in groei
De expansie van Almere in grote stappen
Zuidelijk Flevoland viel droog in 1968. Het resultaat van een geweldig civieltechnisch vernuft! De polder was bedoeld om Nederland meer landbouwgrond te geven. Maar al snel bleek er ook behoefte aan woningbouw. Zo ontstond Almere, genoemd naar de vroegmiddeleeuwse naam van de Zuiderzee. Een compleet nieuwe stad, op maagdelijke poldergrond.
De opgave bood een unieke kans aan jonge ingenieurs, landschappers, stedenbouwers en civieltechnische deskundigen om aan de nieuwe stad te werken. Het Projekt Buro Almere, een groep bevlogen specialisten, ging aan de slag. Talloze plannen werden tot in het oneindige besproken. Met de komst van directeur Dirk Frieling kwam er eindelijk schot in de zaak.
Keuzes werden gemaakt en knopen doorgehakt resulterend in een kloek meerkernig stadsontwerp. Het blijkt een raamwerk waarop tot in de verre toekomst kan worden doorgeborduurd. De basis zit goed.
De tentoonstelling biedt een overzicht van de expansie van Almere in grote stappen.
Vanaf 13 november 2009.

De gemeente Almere wil dat het particulier opdrachtgeverschap een normaal en omvangrijk onderdeel wordt van alle toekomstige uitbreidingen. Met ikbouwmijnhuisinalmere reageert de gemeente Almere op de wens van ongeveer een derde van de bevolking die het liefst de eigen woning in eigen beheer wil (laten) bouwen. De gemeentelijke organisatie wordt aangepast aan de eisen die de nieuwe werkwijze stelt.
Naar aanleiding van het
In architectuurcentrum Casla staat de stadsmaquette van het nieuwe centrum van Almere opgesteld. Deze is te bezichtigen tijdens onze 

De Bouwsociëteit Almere is een initiatief van Stichting Casla en bestaat officieel sinds november 2003 toen burgemeester Annemarie Jorritsma de oprichting beklonk. Met de oprichting van de Bouwsociëteit Almere is een platform gecreëerd, een ontmoetingsplaats voor bedrijven die aan de bouw gerelateerd zijn en de gemeente. De Bouwsociëteit Almere zorgt voor boeiende voordrachten, prikkelende discussies en ´sneak-previews´ over de toekomst.